Het banksparen, dat is ingevoerd als concurrent voor verzekeringen, is erg goed aangeslagen bij zowel de consument als financieel adviseurs. Velen hadden natuurlijk al wel het idee dat deze mogelijkheid erg populair was, maar recentelijk heeft het CBS de statistieken gepubliceerd die dit vermoeden daadwerkelijk bevestigen.
Banksparen is een vorm van fiscaal vriendelijke vermogensopbouw die in 2008 is ingevoerd voor de oudedagsvoorziening als aanvulling op het pensioen (lijfrente) en voor de aflossing van de eigenwoningschuld (hypotheek). In 2010 is het banksparen daarnaast ook voor de gouden handdruk beschikbaar gekomen.
Het voordeel van een bankspaarrekening is dat deze niet uit meerdere samengevoegde producten bestaat (zoals veel verzekeringen) en dus een vrij simpele, en daarmee goedkope, manier van sparen is. Het nadeel is, ironisch genoeg, dat het geen verzekering betreft en dus ook geen onverwachte nadelige financiële zaken kan opvangen.
Daarom is het bij dergelijke rekeningen in veel gevallen toch nog van belang goed te bekijken of er toch aparte verzekeringen naast nodig zijn die de oudedagsvoorziening of de aflossing van de hypotheek kan opvangen bij een voortijdig overlijden of arbeidsongeschiktheid.
Al met al biedt deze oplossing simpelweg meer mogelijkheden voor de consument om een constructie op te zetten die het beste past bij de specifieke wensen en voorkeuren en niet teveel kosten kent.
De totale tegoeden op bankspaarrekeningen ten behoeve van de aflossing op de hypotheek bedroegen eind 2010 1,5 miljard euro. Eind 2009 was dit nog ‘slechts' 300 miljoen euro. Het tegoed op bankspaarrekeningen voor de oude dag was eind 2010 zelfs 4,7 miljard euro, een verdubbeling ten opzichte van het jaar ervoor. Ook de bankspaarrekeningen ten behoeve van de gouden handdruk hebben in het introductiejaar maar liefst 800 miljoen euro aan inleg mogen zien.
De enige vorm van banksparen die niet echt wordt gebruikt is het sparen voor de uitvaart. Ook de mogelijkheid om met de bankspaarrekening te beleggen blijkt niet erg populair.
Eind 2010 is het totale bankspaartegoed dus 7 miljard euro, eind 2009 was dit nog 2,5 miljard en eind 2008 nog 600 miljoen. Overigens is de markt van het ‘vrije' spaargeld wellicht een stuk interessanter voor de banken, aangezien de Nederlanders gezamenlijk bijna 300 miljard euro aan spaartegoeden hebben, waarmee het banksparen weer wat meer in perspectief wordt geplaatst.