Saturday 22/October/2011
|
Door: Eric Koekkoek
|
Sparen
In mijn artikel ‘Sparen in de vitaliteitsregeling’ liet ik u al kennismaken met de zogeheten vitaliteitsregeling. De regering wil graag de vitaliteit van deelnemers aan het arbeidsproces stimuleren. Als gevolg van die doelstelling wordt zowel de spaarloonregeling als de levensloopregeling geleidelijk afgeschaft en vervangen door de vitaliteitsregeling.
Prinsjesdag 2011
Afgelopen dinsdag was het Prinsjesdag en heeft het kabinet het Belastingplan 2012 aan de Tweede Kamer aangeboden. In dat plan is nu nader uitgewerkt hoe die vitaliteitsregeling eruit kán gaan zien. Met de nadruk op kan, omdat het nog een wetsvoorstel is dat eerst nog door beide kamers moet worden behandeld.
Voor wie is de vitaliteitsregeling?
Vanaf 2013 kan iedereen in de vitaliteitsregeling belastingvrij sparen. De regeling staat niet alleen open voor werknemers, maar ook ZZP-ers en mensen die resultaat uit overige werkzaamheden genieten kunnen er aan meedoen. U mag zelf kiezen waaraan u het tegoed van de vitaliteitsregeling besteedt, maar het voordeel is voor u het grootst als u het gebruikt bij een inkomensdaling. Denk bijvoorbeeld aan een werknemer die even zonder baan zit of een ZZP-er die het tegoed gebruikt om een periode van tegenvallende omzet te compenseren.
Getallen van de vitaliteitsregeling
U mag maximaal 20.000 euro sparen in de regeling. Dit is een in box 1 aftrekbaar bedrag, maar daarvoor geldt wel dat u per jaar niet meer dan 5.000 euro kunt aftrekken. Het bedrag van 20.000 euro mag door renteaangroei overigens wel overschreden worden.
U mag het tegoed vrij besteden, maar bij opname wordt er wel 42 procent voorheffing ingehouden, die u eventueel via uw aangifte inkomstenbelasting kunt verrekenen. Vanaf 62-jarige leeftijd mag u echter maximaal 10.000 euro per jaar opnemen. Met deze beperking wil de overheid voorkomen dat de vitaliteitsregeling alsnog wordt gebruikt om te sparen voor vervroegd (voltijd)pensioen.
Bij wie kunt u gaan sparen?
U kunt sparen bij banken, verzekeraars en beleggingsinstellingen. Zij zorgen ook voor de voorheffing en afdracht aan de fiscus. Bovendien dienen zij aan de fiscus de stand per 31 december en de stortingen gedurende het jaar door te geven, het zogenaamde reseigneren.