Tuesday 18/October/2011
|
Door: Eric Koekkoek
|
Sparen
Onlangs berichtte de Nederlandse Bank dat de helft van de mensen die willen sparen voor een hypotheek of pensioen dat liever bij een bank doen. In mijn artikel ‘Lijfrente sparen voordeliger dan sparen in box 3?’ van 16 november 2010, kondigde ik al aan dat de in 2008 geïntroduceerde bancaire lijfrente het als spaarvorm zou winnen van de lijfrente die een verzekeraar aanbiedt.
Waarom bij een bank?
Een belangrijke reden om voor een bank te kiezen is de transparantie. Op een eigen geblokkeerde bankrekening is op elk moment van de dag precies te zien hoeveel er is gespaard. Ook maken banken het de spaarders makkelijker om online een bankspaarproduct af te sluiten. Wel vind ik het jammer dat het voornamelijk nog de traditionele banken zijn die bancaire lijfrentes aanbieden en (nog) niet een bank als Triodos of ASN.
Ondernemers en dga's
In mijn praktijk heb ik vaak te maken met ondernemers en dga's die willen sparen voor hun oude dag (met ondernemer bedoel ik hier degene die als natuurlijk persoon voor eigen rekening en risico een onderneming drijft). Voor zowel de ondernemer als voor de dga kan het zinvol zijn om te sparen in de vorm van een bancaire lijfrente.
De ondernemer kan zijn oudedagsreserve afstorten in een bancaire lijfrente. Ook als hij zijn onderneming staakt, kan hij voor de stakingswinst een bancaire lijfrente kiezen. In plaats van dat hij een dga pensioen in eigen beheer opbouwt, kan hij een oudedagskapitaal opbouwen in de vorm van een bancaire lijfrente.
Een rekenvoorbeeld
Stel, een ondernemer heeft een oudedagsreserve op zijn balans van 10.000 euro. Hij wil over 10 jaar stoppen. De reserve op zich levert niks op aan rendement. Om wel rendement te halen, heeft de ondernemer de keus om 10.000 euro te gaan sparen in box 3, te gaan sparen in een lijfrente bij een verzekeraar of te gaan sparen in een bancaire lijfrente. Het rendement is 5 procent. De belastingclaim op de lijfrente stel ik op 20 procent. Wat is voor hem financieel de beste keus?
Bij sparen in box 3 heeft de ondernemer na 10 jaar 14.520 euro bij elkaar gespaard (na 1,2 procent box-3-heffing). Van dit bedrag rust op 10.000 euro wegens de oudedagsreserve een belastingclaim van 20 procent. Dus van 14.520 blijft 12.520 euro over.
Als de ondernemer die 10.000 euro afstort bij een verzekeraar, is hij meteen 10 procent aan kosten kwijt. Hij begint dus te sparen met 9.000 euro. Bovendien brengt de verzekeraar ook nog eens 10 procent jaarlijkse kosten in rekening, die ten koste gaan van het rendement (5% wordt 4,5%). Na 10 jaar is er, na aftrek van de belastingclaim, 11.181 euro gespaard.
Gaat de ondernemer naar de bank, dan krijgt hij niet te maken met kosten. Daardoor heeft hij na 10 jaar sparen en maximaal rendement 16.289 euro gespaard. Na aftrek van de belastingclaim blijft er 13.031 euro over.
Conclusie
Het banksparen voor de oude dag levert meer op dan sparen in box 3 en omdat er geen kosten zijn, levert het ook meer op dan een traditionele lijfrente bij een verzekeraar.