Er zijn in Nederland nog veel mensen met een Lijfrente Kapitaalverzekering van vóór 1992. De premie voor deze zogenoemde oude-regime lijfrentes was in aftrek te nemen en de uitkering was belast. Er kon echter geen belastingvoordeel met deze regeling worden behaald door de uitkering aan de minstverdienende echtgenoot te laten vervallen ,omdat de antimisbruikbepaling dit verbood. De Belastingdienst heeft haar standpunt recent vreemd genoeg gewijzigd, waardoor dit tariefvoordeel weer mogelijk is.
Pre-Brede Herwaardering
De oudregime – lijfrentepolissen, van vóór 1 januari 1992, werden gesloten om diverse redenen. De premie (of koopsom) was aftrekbaar en de uitkering belast. Dat is bij de recentere lijfrenten nog zo, echter met het verschil dat nú de uitkering na de 65e uitgekeerd moet worden in termijnen van minimaal 5 jaar. Ook is de eigenaar (verzekeringsnemer) van de polis de uitkeringsgerechtigde (begunstigde) én de verzekerde.
Bij de oude polis kunnen verzekeringsnemer, verzekerde en begunstigde verschillende personen zijn, mag de uitkering ook éénmalig worden uitgekeerd en wél voor de 65e.
Dit laatste kan een heel aardig fiscaal voordeel opleveren; De premie kon in aftrek worden genomen bij het hoogste inkomen. Het belastingvoordeel kon voor het jaar 1990 zelfs tot 72 procent oplopen. De uitkering kon echter bij de minstverdienende echtgenoot worden uitgekeerd, dan is maar weinig belasting verschuldigd, tot zover als 15 procent.
De belastingdienst zag dit ook in en derhalve werd in de polis-voorwaarden de antimisbruikbepaling opgenomen. Deze gaf aan dat de uitkering werd belast bij de meest-verdienende echtgenoot. Dit uiteraard ter voorkoming, dat de partner met het laagste inkomen weinig belasting over de uitkering hoeft te betalen. Deze bepaling is altijd gehandhaafd gebleven.
Ommezwaai
De Belastingdienst heeft echter in april geoordeeld dat de uitkering van de oudregime lijfrentes in enkele voorkomende gevallen tóch aan de minstverdienende partner mag toevallen. Dit is erg vreemd, want het kan de belastingdienst erg veel geld kosten. De reden zit vooral op de manier van interpreteren van de oude en de nieuwe wetgeving uit 2001.
De truc is om de minstverdienende echtgenoot als begunstigde aan te wijzen voor het eindkapitaal voor het einde van de looptijd. Indien er is gehuwd op huwelijkse voorwaarden, is de het belast als schenking. Van de waarde wordt 70 procent gezien als schenking (10% boven de vrijstelling van 2012 euro). Daarnaast dient er ook nog inkomstenbelasting betaald te worden over de uitkering. Na de leeftijd van 65 zijn de eerste twee schijven respectievelijk 15,10 en 24,05 procent. Het geld moet dan wél tijdig worden omgezet in een bancaire lijfrente. Banken zijn zeer gebaat bij deze regeling. Geschat wordt, dat er nog vele miljarden in de polissen zit.
De anti-misbruikbepaling gold uitsluitend tussen echtgenoten en niet tussen ongehuwde samenwoners. Daar werkt deze belastingbesparing zonder meer. Echter wel alleen met voor de lijfrenten met het oude regime.
Als gevolg van een beleidsbesluit van de staatssecretaris is het vanaf heden niet meer mogelijk belastingvoordeel te behalen met deze regeling. De uitkering blijft dus belast bij het hoogste inkomen. Er zijn in principe geen foefjes (meer) mogelijk.