Veel mensen hebben in het verleden als aanvulling op het pensioen een lijfrenteverzekeing afgesloten. De fiscale regels waren aantrekkelijker en verzekeraars beloofden gouden bergen.
Inmiddels is de wetgeving versoberd en zijn beleggingsverzekeringen woekerpolissen. Dit heeft tot gevolg (gehad), dat veel lijfrenteverzekeringen premievrij zijn gemaakt. Dit is niet per definitie de juiste oplossing; met lage pensioenen, een verlaagde AOW en het financiële risico op lang leven, is een extraatje in de toekomst zo gek nog niet.
Lijfrente
Een lijfrenteverzekering is een verzekering waarvoor het kapitaal aangewend dient te worden voor nabestaanden bij een voortijdig overlijden of als aanvulling op het pensioen na 65 jaar. Omdat de polis daardoor een verzorgend karakter heeft, is de premie onder voorwaarden in aftrek te nemen van de belasting. De uitkering is vervolgens wel als inkomen in box 1 belast.
De afgelopen twintig jaar is de fiscaal aantrekkelijke en ruime lijfrenteverzekering omgebouwd tot een beperkte fiscale mogelijkheid om te sparen voor later. Veel verzekeringen verloren het nut, omdat de premie plots niet meer in aftrek was te nemen of omdat de verzekeringen de beleggingverwachtingen om diverse redenen niet waar konden maken.
Ook aan de betaalzijde wordt gepeuzeld. Denk hierbij aan het afschaffen van de spaarloonregeling per 1 januari 2012. De inleg van het spaarloon werd veelvuldig gedeblokkeerd om de premie van een lijfrente te betalen. Zo werd ongemerkt toch iets opgebouwd voor het pensioen.
Premievrije lijfrente
Veel verzekeringen zijn of worden om deze redenen premievrij gemaakt. Dit heeft één heel groot nadeel. Door doorlopende kosten en tegenvallende resultaten, kunnen de rendementen jaarlijks negatief uitvallen. Hierdoor kan de polis zichzelf 'opeten'. Na verloop van tijd is de opgebouwde waarde dan volledig verdwenen.
Premievrij maken is dus niet per definitie een goede oplossing. Daarnaast is het nog niet zo gek om te zijner tijd een extraatje te hebben. Er zijn nog drie mogelijkheden hoe om te gaan met een premievrije lijfrente.
Afkopen
De eerste is mogelijkheid is afkopen. Probleem hierbij is echter dat de verzekeraar toekomstige kosten kan verrekenen en de uitkering belast wordt met 52 procent belasting. Daar bovenop vaak zelfs nog met een revisie- (boete)- rente van 20 procent. De netto uitkering zal dan zo tegenvallen, dat dit niet vaak wordt gedaan. Om echter tegemoet te komen aan de kleine lijfrenteverzekeringen met een afkoopwaarde van maximaal 4.171 euro zijn deze vrijgesteld van de boete.
Banksparen
Vervolgens kan het kapitaal worden omgezet naar banksparen. De waarde van de lijfrenteverzekering dient dan wel rechtstreeks van de verzekeraar naar de bank te worden overgemaakt. Het banksparen is op 1 januari 2008 ingevoerd en begint nu meer en meer succesvol te worden. Het betreft in de lijfrentesfeer een spaarrekening welke is geblokkeerd tot de leeftijd van 65. De inleg is onder voorwaarden in aftrek te nemen en de uitkeringen zijn belast. Voordeel is echter dat er geen (zichtbare) kosten zijn en er geen vaste inleg hoeft te zijn. Naast sparen kan er ook worden belegd op een bankspaarrekening.
Nadeel van banksparen is dat bij een overlijden alleen maar aan de nabestaanden toekomt wat er is opgebouwd op de rekening. Bij een levensverzekering kan sprake zijn van een flinke overlijdensrisicodekking die naar een aangewezen begunstigde gaat.
Voortzetten
De derde mogelijkheid is om - en indien mogelijk- de premie toch weer op te pakken of voort te zetten. Er bestaan nog altijd mogelijkheden om bij een aantoonbaar pensioentekort premies te betalen voor een lijfrente. En hoewel beleggen momenteel 'not-done' is, is beleggen in een verzekering nu anders dan enkele jaren geleden. De wetgeving is, vooral als het gaat om zorgplicht, flink aangescherpt en de kostenstructuur is aanzienlijk verbeterd. Ook heeft beleggen een langetermijnvisie in zich, als aanvulling op het pensioen eerder regel dan uitzondering. Daarnaast kan bij behoud van de verzekering een eventuele overlijdensrisicodekking behouden blijven.